Agenda Rotterdam-Rijnmond

 

19 nov

Zondagochtendbijeenkomst: "Schopenhauer's metafysica van de "Wil" en paranormale verschijnselen".

Immanuel Kant had in de Kritiek van de zuivere rede zijn leer van het transcendentaal idealisme uiteengezet.
Filosofie dient te beginnen met een onderzoek naar onze kenvermogens. Tijd en ruimte bestaan niet onafhankelijk buiten ons maar de wereld zoals die middels de zintuigen aan ons verschijnt, is een samensmelting van aangeraakte zintuigen en een voorbestaand “denkraam”. De werkelijkheid op zichzelf, het “Ding an sich”, is daarom onkenbaar.
Arthur Schopenhauer is een oorspronkelijke leerling van Kant en publiceert in 1819 zijn hoofdwerk De wereld als wil en voorstelling, waarin hij Kants kenleer als uitgangspunt neemt. Het “Ding an sich” is volgens hem echter wel kenbaar. We treffen het diep in onszelf aan als “wil”.             Zijn verdere leven heeft hij besteed aan het uitwerken van deze gedachte. Het is weinig bekend dat zaken die wij tegenwoordig zouden aanduiden als paranormale verschijnselen hierbij een belangrijke rol hebben gespeeld. Een voorspellende droom en een geval van
telepathie overtuigen hem persoonlijk van het bestaan van deze buitengewone ervaringen. In het begin van de negentiende eeuw bestond er veel belangstelling in academische kringen voor het animaal of dierlijk magnetisme zoals dat ontwikkeld was door Franz-Anton Mesmer en diens leelingen                                                                                                                                                                                                                                        Helderziendheid in tijd en ruimte gaat vooral een rol spelen bij de Franse markies de Puysegur. Volgens Schopenhauer is het animaal magnetisme voor de filosofie de belangrijkste ontdekking ooit omdat hij hierin de empirische bekrachtiging ziet van zijn wilsmetafysica.


Albert Roodnat