De oorzaak is niet secularisering en de oplossing is niet God

18 september 2014

De oorzaak is niet secularisering en de oplossing is niet God

Het is inmiddels wel duidelijk dat we in een seculier land leven. De overheid is neutraal en iedereen mag geloven wat hij wil (of niet). Ik vind dat positief, maar in religieuze kringen is men minder enthousiast, dat bleek toen ik het symposium 'Een open plek in de ziel' van het christelijke Thijmgenootschap bezocht.

Want waar is God nog, nu het geloof tanende is en mensen zaken als 'spiritualiteit' aanhangen? En zijn rituelen zonder een metafysische waarheid niet gewoon lege hulsen?

Tijdens  'Een open plek in de ziel' werden kritische vragen gesteld bij de 'religies zonder god' die als paddestoelen uit de grond lijken te schieten. Er zijn bijbels voor ongelovigen, preken voor leken en kerkdiensten voor atheïsten. Mensen zijn niet gewoon godgelovig meer, en ook niet atheïst, maar van alles en nog wat er tussen.

Wat maakt het mij uit?

De seculiere samenleving met een diversiteit aan geloof en ongeloof is voor mij geen probleem. Ik zie eigenlijk vooral een oplossing. Ik ben op het symposium dan ook een beetje een vreemde eend in de bijt. Al was het maar omdat secularisering hier vooral leeg ongeloof lijkt te betekenen, in plaats van pluriformiteit en vrijheid. Maar ook los daarvan ben ik een vreemde eend in de bijt. Want wat maakt het mij uit of we nog iets met de term 'het heilige' kunnen? En of het verlies van oneindigheid ernstig is? Wat heb ik er mee te maken dat de kerk niet weet of ze de nieuwe spiritualiteit nu moet omarmen (de mensen zoeken toch iets) of minachtend moet  wegwuiven (leuk entertainment als-het-maar-goed-voelt). Waarom ben ik hier eigenlijk?

Nou, het intrigeert me. Ik bewonder de taal waarin een wereld met een boven en een beneden wordt opgebouwd. Ook al ben ik atheïst, ik geniet van de verbeeldingskracht van alle mogelijke nuances, verhoudingen en relationele strubbelingen tussen het aardse en het goddelijke. De problemen waar theologen mee worstelen zijn boeiend. Laat ik het zo zeggen: ik word intellectueel geprikkeld door de gewone, ouderwetse religie. De altijd scherpe Désanne van Brederode had bijvoorbeeld voortreffelijke kritiek op het wel erg zoetsappige Happinez-gevoel van de hedendaagse spiritualiteit, waaruit het kwaad en het lijden zijn weggezuiverd. Ik snap die kritiek en heb deze zelf ook.

Maar ik heb die kritiek niet omdat ik Jezus ken. Ik heb die kritiek omdat ik het een 'veroppervlakkiging' van mijn eigen ervaring vind.

Oost-Indisch blind

En andersom? Nee, in religieuze kringen, en ook weer op dit symposium, is er een Oost-Indische blindheid voor de mooie kanten van onze seculiere samenleving.
Vanuit religieus perspectief is het moeilijk te begrijpen dat mensen zonder God gelukkig, goed en diep-voelend kunnen zijn. Het is zo jammer dat secularisering daarom vooral met lompe postmoderne hypergeïndividualiseerdheid wordt verbonden, met gebrek aan fatsoen en tact, met diepgang veinzende spirituele sentimentaliteit, met overmatige aandacht voor zelfexpressie, met respectloos geschreeuw en het onvermogen onder de indruk te zijn. Allemaal buitengewoon ergelijke kwesties.

Maar de oorzaak is niet de secularisering, en de oplossing is niet God. Ik kreeg dan ook langzaam het gevoel dat voor gelovigen de seculiere samenleving wel een probleem moet hebben, want waar blijf je anders met je oplossing? Ik bedoel, mensen met een probleem vormen een probleem, maar groepen met een oplossing vormen zo ook een probleem.
Ik vind dat niet goed. Al was het maar omdat ik in wezen zelf het probleem ben. Volgt u me nog?