In een vrij land zijn ook de tongen vrij

18 mei 2017

In een vrij land zijn ook de tongen vrij

"God is een egoïstische maniak", zei de Engelse komiek, schrijver en atheïst Stephen Fry toen de Ierse tv-journalist hem naar zijn mening vroeg. Even was er sprake van dat hij vervolgd zou worden wegens blasfemie. Dat gebeurde niet. Het incident laat zien blasfemiewetten de regie van de willekeur legitimeren. Laten we daarom overal waar mogelijk voor hun afschaffing pleiten.

Begrijp me niet verkeerd: naar mijn idee is het vrij kinderachtig om alles wat met godsdienst te maken heeft non-stop door de molen van de kritiek te jagen. Ongelovig als ik ben, behoor ik ook tot een generatie idealisten die het al snel fantasieloos vindt wanneer mensen zich stellig op hun atheïsme laten voorstaan. Maak je liever druk om de planeet die naar de klote gaat, denk ik dan. Blijf niet in ontkenningen en oude tegenstellingen hangen, maar verzin iets nieuws.Tegelijk is het noodzaak om ferm in te staan voor de vrijheid om religiekritiek te uiten. De eerste reden daarvoor zien we zodra we uit ons raam naar buiten kijken: in Azië en het Midden-Oosten staat in dertien landen de doodstraf op blasfemie, dat wil zeggen, op het beledigen van Allah, de Koran en de profeet. Atheïsme alleen al geldt als heiligschennis. Ook elders, zoals in Rusland, worden blasfemiewetten aangewend om andersdenkenden de mond te snoeren. Die internationale situatie vraagt om heldere statements. Te meer omdat zulke landen kritiek vanuit het Westen pareren door te wijzen op blasfemiewetten die, anno 2017, inderdaad in verschillende westerse landen bestaan, zoals in Canada, Denemarken, Polen, Italië en Ierland.

Doodstraf

Ook los van de internationale context zijn zulke wetten onacceptabel. Natuurlijk staat er nergens in Europa de doodstraf op godslasterlijke uitspraken. Bovendien stellen blasfemiewetten niet per se één religie boven andere. In Ierland kunnen uitlatingen bijvoorbeeld worden bestraft met een geldboete als ze “grossly abusive or insulting” zijn ten aanzien van “matters held sacred by any religion, thereby causing outrage among a substantial number of the adherents of that religion.”
In eerste instantie lijkt dat misschien niet eens zo absurd. Ook in Nederland gaan er wel eens stemmen op om elkaars (religieuze) gevoeligheden méér te ontzien en daartoe de vrijheid van meningsuiting in te perken. Maar als we inzoomen op het incident rondom de Engelse schrijver Stephen Fry, zien we voldoende redenen om dat niet te doen.

Burgerplicht

Allereerst: de beste man probeerde niemand te bashen. Hem werd een vraag gesteld, waar hij een eerlijk antwoord op wilde geven. Onder blasfemiewetten is dat niet zonder meer toegestaan. Want waarom werd Fry uiteindelijk niet vervolgd?  De officiële verklaring luidt: men vond geen “substantial number of outraged people.”Dus als er nu toevallig wél voldoende mensen waren geweest die zich openlijk beledigd hadden getoond, dan was het Fry’s burgerplicht geweest om zijn tong in te slikken? Dat is een vrijbrief voor de regie van de willekeur. Zo komt te veel macht in handen van de al dan niet beledigde medeburger.

Lees meer

Het merkwaardige daaraan is dat zo ook de zogenaamd ‘beschermde’ religie niet per se wordt beschermd. Althans: niet voor zover ze een knip voor de neus waard is. Neem de opmerking waarvoor Fry, afhankelijk van de daarop volgende reacties, veroordeeld had kúnnen worden. In een interview werd hem de vraag gesteld: wat zou je tegen God zeggen als je voor de poorten van de hemel staat? Fry’s antwoord vormt een briljante samenvatting van een eeuwenoud dilemma: hij zou God afwijzen als een maniak, omdat hij kanker bij kinderen toelaat en intussen verwacht dat we hem steeds op onze knietjes bedanken. Precies dezelfde gedachte vinden we in Dostojevski’s beroemde roman Gebroeders Karamazov. Harmonie in het hiernamaals, zegt Ivan Karamazov, “is niet één traan waard van ook maar één mishandeld kind dat zichzelf met zijn knuistje op de borst slaat en in een stinkend hok bidt tot de ‘lieve God’.” Let wel: Dostojevski was een christelijk schrijver, die dit dilemma bewust alle ruimte gaf. In al zijn boeken zet hij zijn atheïstische personages zeer overtuigend neer. Via geniale dialogen laat mensen zélf nadenken. Wie authentiek gelooft, lijkt de gedachte, moet zich ook wagen aan het meest robuuste atheïsme. Wat zoveel wil zeggen als: ook uit respect voor gelovige mensen moeten blasfemiewetten de deur uit.

Gevoeligheden

De kern is dat mensen, gelovig of ongelovig, het recht hebben om zich uit te spreken en anderen aan het denken te zetten. De grenzen (en voorwaarden) daarvan worden bepaald door de plicht om elkaar als mens en gesprekspartner heel te laten, de plicht om elkaar niet te bedreigen, discrimineren of het leven onmogelijk te maken. Die grenzen worden niet bepaald door een recht om zonder gekwetste gevoelens door het leven te gaan. Dat betekent niet dat we elkaar moeten kwetsen, maar dat we geen plicht hebben om elkaar te ontzien. Helaas raakt dat nuanceverschil vaak ondergesneeuwd. Ook in het Nederlandse publieke debat. De een wil de vrijheid van meningsuiting inperken en de éigen gevoeligheden beschermen. De ander wil, in naam van die vrijheid, ten koste van alles spotten met datgene wat ánderen heilig achten.

Onze boodschap moet daarentegen zijn: kwets elkaar niet onnodig, probeer elkaar ook niet per se te ontzien, maar zet elkaar aan het denken. Stephen Fry laat zien hoe je dat doet. Daarom zou Dosjevski graag bij hem aan tafel hebben gezeten. Ze zouden het roerend eens zijn met die oude humanist Erasmus, die vijf eeuwen geleden schreef: “in een vrij land moeten ook de tongen vrij zijn.”