Kangoeroewonen

5 april 2017

Kangoeroewonen

Er zijn verschillende vormen van samenwonen. Bijvoorbeeld in een commune, verzorgingshuis, zorgboerderij of met een krakersgroep in een kraakpand. Al enige jaren is daar de vorm van het zogenoemde kangoeroewonen bijgekomen. Een verschil met de andere manieren van samenwonen is dat het bij kangoeroewonen meestal gaat om één persoon die zorg nodig heeft en gaat wonen bij een familielid of een vriend(in) die dan de zorg op zich neemt.

Door Lucy Sprengers

Sinds een half jaar woon ik in het gezin van mijn zoon Robert. In 2011 overleed mijn man en woonde ik alleen in een groot appartement. Ik ben slechtziende en de verwachting is dat ik op den duur blind zal worden. Ik heb twee kinderen die bij me in de buurt wonen. Mijn dochter Ruth is alleenstaand, heeft een drukke zaak en woont in een mooi klein huis; Robert en zijn vrouw Jacqueline hebben beiden een baan en bewonen met twee kinderen een comfortabele tussenwoning. Waarom voor een buideldier is gekozen om dit type samenwonen een naam te geven, spreekt voor zich.

Allen maakten zich zorgen over mijn toenemende behoefte aan hulp en dreigende vereenzaming en dachten na over wat ik zou willen. Wat ze zeker wisten: niet naar een verzorgingshuis als het niet strikt nodig is! Dan is een serviceflat of aanleunwoning altijd nog beter.

Op een voor mij mooie dag kwam mijn zoon met het voorstel om bij hem te komen wonen. Natuurlijk had hij dat eerst met zijn vrouw en later ook met zijn twee kinderen besproken en met zijn zus Ruth. Ik was erg ontroerd door zijn voorstel. Zelf had ik er weleens aan gedacht in de zin van: Als dat eens zou kunnen.’ En nu werd het  aangeboden. Wat een geluk!

Er braken drukke tijden aan voor ons allemaal. We zijn begonnen met onze gemeenschappelijke wensen in kaart te brengen. Zoals: wat voor soort huis, welke buurt en ook wat financieel haalbaar is. We hebben een plan van aanpak opgesteld. Mijn wens was om in het gezin te wonen dus niet een huisje in de tuin. Het heeft veel tijd gekost om ons plan te realiseren. We moesten twee woningen verkopen en één groot huis kopen. Gelukkig zijn we er in geslaagd een passend huis te vinden en konden we het avontuur van het samenwonen aangaan.

Ons huis is een oud herenhuis en heeft beneden en op de eerste verdieping een kamer en suite. Beneden is de voorkamer mijn zitkamer en boven de achterkamer mijn slaapkamer. Traplopen is voor mij geen probleem. Ik heb mijn kamers ingericht met de meubels en accessoires waaraan ik gehecht ben.

We hebben tevoren geen huisregels opgesteld en respecteren elkaars privacy. Persoonlijk heb ik mij voorgenomen mij niet ongevraagd te bemoeien met de huishouding noch met de opvoeding van de kinderen. Ik zit meestal in mijn kamer met de schuifdeuren dicht. Er zijn natuurlijk gelegenheden dat we ze openschuiven. Ik vind het belangrijk dat ik mijn eigen kamer heb zodat, als de kinderen thuis zijn, er niet altijd een oma op de bank zit! Ouders en kinderen moeten  de ruimte hebben om met elkaar te zijn. Bovendien heb ik zelf ook behoefte aan privacy om mijn bezoek te ontvangen en naar muziek te luisteren die ik mooi vind.

Nu ik gewend ben aan mijn nieuwe leefomgeving kan ik mij aardig redden. Zo maak ik zelf mijn ontbijt klaar en dat kan ik omdat wat ik nodig heb altijd op een vaste plaats staat. De rest van de dag kan ik mij met de hulpmiddelen die ik heb, zoals een aangepaste computer en een Ipad met daarop luisterboeken, goed bezighouden. ’s Avonds eten we samen en dan ervaar ik pas echt hoe fijn ik het vind om deel uit te maken van het gezin.

Ik voel mij gelukkig en hoop dat ik nog lang kan blijven kangoeroewonen.

Naschrift Lucy Sprengers. Op 6 lanuari schreef mijn zoon, Robert Giebels als verslaggever van de Volkskrant een persoonlijk artikel over het feit dat ik, zijn moeder, bij hem was komen wonen. Het artikel kreeg veel reacties. Uit de reacties die ik kreeg is mij gebleken dat het onderwerp 'zorg voor elkaar' vooral de oudere mensen bezighoudt.Ik heb nu een halfjaar ervaring in het z.g. kangoeroewonen en hieroven mijn ervaringen beschreven. Kijk naar Tijd voor Max en/of luister naar de reportage van Langs de lijn en omstreken

Foto: Lucy (in stoel) met zoon Robert Giebels en familie.
Cop. Marcel van den Bergh