Mensenrechten of burgerrechten. Voor wie zijn we verantwoordelijk?

26 april 2015

Mensenrechten of burgerrechten. Voor wie zijn we verantwoordelijk?

Door Paulien Boogaard (medewerker Visie en beleid Humanistisch Verbond)

De discussie over bed, bad en brood en de bootvluchtelingen ging deze week voor een groot deel over politiek en niet over de mensen om wie het gaat en wat zij nodig hebben. De hamvraag was of de coalitie overleefde, niet of onuitzetbare uitgeprocedeerden dat doen.

Daarnaast waren er heel veel doden op de Middellandse Zee nodig vóór politiek leiders in Europa besloten dat de vraag of helpen een aanzuigende werking heeft, even opgeschort moest worden. Om zo’n humanitaire ramp aan de Europese kusten kon niemand meer heen.

De onderliggende vraag bij zowel de bed-bad-brood-discussie als het debat over de bootvluchtelingen is: voor wie voelen we ons verantwoordelijk en van wie trekken we onze handen af? Dat is een morele vraag en één van identificatie en solidariteit. Wie hoort bij ‘ons’ en wie niet meer? Het is ook een vraag van gaten in internationale afspraken, namelijk tussen mensenrechten- iedereen is ‘ons’- en burgerrechten- ‘wij’ betreft alleen inwoners van ons land of werelddeel. Die sporen niet met elkaar. En het verschil veroorzaakt spanning en onduidelijkheid over wat ons te doen staat.

Mensenrechten of burgerrechten

De joodse filosofe Hannah Arendt schreef in de jaren ‘50 van de vorige eeuw al over de discrepantie tussen mensenrechten en burgerrechten. Toen ging het om, veelal joodse, stateloze vluchtelingen. Die hadden nauwelijks rechten omdat je alleen burgerrechten hebt als je geboren bent of geaccepteerd wordt in een land. Dat staat, ook nu nog, op gespannen voet met de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.
Zo bepaalde het Europees Comité voor Sociale Rechten (ECSR) van de Raad van Europa november vorig jaar dat iedereen recht heeft op basale noodopvang. Ook mensen zonder verblijfsrecht. Dat lijkt een heldere uitspraak. Toch kwamen de Europese ministers van Buitenlandse Zaken er deze week niet uit of het recht op een bed-bad-en-broodregeling ook geldt voor die groep.

Veel politiek leiders vinden dat hun zorg beperkt is tot de eigen burgers en semi-burgers met een verblijfsvergunning. Daar hebben ze controle over. Mensen die er ‘zomaar’ zonder toestemming zijn en dan ook nog (mensen)rechten hebben ontsnappen daaraan en zijn daarom verontrustend. Bovendien, vindt onder meer de VVD, doorkruisen dergelijke afspraken het eigen juridisch systeem. Want hoekunnen mensen die volgens de asielprocedure geen recht hebben in ons land te zijn er toch humanitaire rechten hebben?

Solidariteitsgedachte

De PvdA wilde de solidariteitsgedachte die onder haar achterban leeft hoog houden, maar ging uiteindelijk akkoord met een compromis dat het eigen juridisch systeem boven algemene mensenrechten stelt. Ok, een paar weken bed, bad en brood voor uitgeprocedeerden om zich op te maken voor vertrek. Wie dat niet doet - en de werkelijkheid heeft allang bewezen dat niet iedereen terug kan - wil of durft, verliest toch elk recht. Burgemeesters krijgen opnieuw te maken met groepen ongewenste burgers in hun gemeente zonder inkomen, huisvesting, zorg en perspectief.

Bootvluchtelingen hebben volgens vluchtelingen- en mensenrechtenverdragen het recht om asiel en bescherming te vragen, waar ze maar willen. Een opvatting is dat ze dat maar beter in de regio kunnen doen. Dat zou makkelijker zijn voor terugkeer, fijner vanwege een gedeelde cultuur en goedkoper, zodat met beschikbare gelden (?) meer mensen geholpen kunnen worden. Dat is een politieke opvatting die voorbij gaat aan zelfbeschikkingsrecht asiel te vragen waar men wil. Nog afgezien van het feit dat de opvang in ‘de regio’ uit haar voegen barst omdat inderdaad het leeuwendeel daar wordt opgevangen.

Wie is de wij

Ook hier staat politieke onwil gebaseerd op een simpel ‘eigen volk eerst’ haaks op een opvatting van mensenrechten waarin elk mens gelijk is. En dus is de Italiaanse reddingsoperatie Mare Nostrum eind vorig jaar gestopt en vervangen door de veel kleinere grensbewakingsvloot Triton. En zien we herhaaldelijk het anti-promotiefilmpje van de Australiërs w zegt dat geen immigrant erin komt en wil Wilders de bootvluchtelingen dwingen terug te keren. Anderzijds houdt premier Rutte wel voor ogen dat bootvluchtelingen uit Syrië, Somalië, Eritrea en Nigeria geweld ontvluchten waar je ze niet naar terug kunt, en wilt sturen. En voert Amnesty International de mensenrechtenactie: ‘Eerst mensen dan grenzen’,

Hamvraag

De hamvraag die politiek leiders, burgers en kiezers moeten beantwoorden is. Voelen we ons solidair met mensen die vluchten en willen we hen helpen? Zoals we ooit hebben afgesproken in diverse verdragen, toen we het samen goed en humaan wilden doen. Kunnen we ons identificeren met mensen die hulp nodig hebben, en hebben we daar dan ook wat voor over? Of beperken we onze empathie en ons verantwoordelijkheidsgevoel tot een eigen groep, nationaal, Europees of welke dan ook. En laten we de rest barsten.

Beeldrecht: UNCHR via Flickr.com