Wetenschap is meer dan een mening

11 juli 2017

Wetenschap is meer dan een mening

Niet menselijks is ons vreemd. Aan wetenschap liggen vaak ook sociale normen en menselijke afwegingen ten grondslag. Maar om wetenschap nu tot ‘niet meer dan een mening’ te reduceren? Dat gaat Marli Huijer te ver, schrijft ze in haar column in Human Magazine

Nee, ik zou de nacht niet in Nijmegen doorbrengen. Het was een mooie avond geweest, de eerste landelijke Nacht van de Filosofie in Nijmegen. Ik was uitgezwaaid als Denker des Vaderlands, René ten Bos was tot nieuwe Denker geridderd en Marjan Slob had als eerste vrouw ooit de Socratesbeker voor het meest prikkelende filosofieboek van 2016 gewonnen. Reden te over om na te praten. Voor ik het wist was het middernacht. Het aanbod te overnachten sloeg ik af. Voor de volgende dag stond The March for Science in Amsterdam op het programma, ik wilde mijn stem laten horen voor de wetenschap. Als ik bleef, redde ik dat niet.

Een week eerder had de rector van mijn universiteit alle medewerkers per mail uitgenodigd om met hem mee te lopen in deze mars. Wereldwijd zouden wetenschappers bijeenkomen om te strijden voor ‘het behoud van de objectieve wetenschap’. Iedereen die warm liep voor wetenschappelijke feiten en wars was van alternatieve feiten, werd opgeroepen deel te nemen. Science, not silence’ heette het. Als er niet meer naar klimaatwetenschappers of medisch onderzoekers wordt geluisterd en wetenschappelijk bewezen feiten als ‘ook maar een mening’ terzijde worden geschoven, mogen wij niet zwijgen.

Even had ik nog getwijfeld of ook ik moest meedoen aan de mars. Zijn de feiten die de wetenschap voortbrengt, wel zo hard en objectief? Hoort de politiek in een democratie altijd gebaseerd te zijn op objectieve waarheden? Of kunnen andere waarheden ook een rol spelen?

Wie enigszins thuis is in het werk van de Franse wetenschapsfilosoof Bruno Latour weet dat aan de totstandkoming van een ‘wetenschappelijk feit’ ook veel niet-wetenschappelijke factoren ten grondslag liggen. Het objectieve feit is een zwarte doos: het werk dat is verzet om het tot stand te brengen is onzichtbaar. Maar als je de zwarte doos opent en onderzoekt wat er aan het feit is voorafgegaan, zie je hoeveel toevalligheden, sociale normen en menselijke afwegingen hebben meegespeeld in het ontstaan ervan. Tal van kleine en grote beslissingen over de te gebruiken proefdieren, kweekbodems, statische programma’s of over welk analist het werk uitvoert, beïnvloedden de totstandkoming van de ‘objectieve feiten’. Wetenschappers ontdekken geen feiten, maar maken deze.

Zou Latour aan de mars meedoen? Als filosofen de objectiviteit van wetenschappelijke feiten ter discussie stellen, dan mogen politici en burgers dat toch ook? Of is het alleen aan mensen met de juiste politieke denkbeelden voorbehouden om kritisch te zijn? Is er met Latour in de hand wel verschil te maken tussen objectieve en alternatieve feiten?

Mijn geloof in de wetenschap was sterker dan de filosofische kritiek. Wetenschappers mogen dan feiten maken, dat doen ze in een omgeving vol controlemechanismen. Laboratoria werken met vaste protocollen, geneesmiddelen en vaccins worden via strikte procedures getest. En wetenschappelijke tijdschriften publiceren alleen artikelen als experts ze anoniem hebben beoordeeld en goedgekeurd. Alles om te voorkomen dat feiten worden verzonnen, verdoezeld of gemanipuleerd. De door wetenschappers geproduceerde feiten verschillen daarin van de alternatieve feiten waarop bijvoorbeeld Trump zich beroept: de onwaarheid van de alternatieve feiten kan door iedereen worden aangetoond, terwijl het verwerpen van wetenschappelijke uitkomsten aan strenge eisen moet voldoen.  

Burgers en dus ook politici moeten altijd kritisch zijn over wetenschappelijke feiten. Daar hoeven wetenschappers zich niet over te beklagen. De hedendaagse burger en zijn media vormen een kritische factor, waar de wetenschap bestand tegen moet zijn. Hun kritiek dwingt wetenschappers om hun objectieve feiten met meer overtuiging of verbeelding over te brengen aan politiek en burgers. Dat iets wetenschappelijk waar is, is op zich niet genoeg om die waarheid te laten landen. Daarvoor zijn aansprekende verhalen nodig. Soms moet je, zoals wetenschapsjournalist Bernice Notenboom deed, een expeditie naar de Noordpool voor topondernemers organiseren om de feiten rond de klimaatopwarming geaccepteerd te krijgen. Of moet je, zoals longartsen Wanda de Kanter en Pauline Dekker, de harde feiten over roken, longkanker en de tabaksindustrie ongezouten de media in slingeren.

Maar als de kritiek vanuit de politiek en samenleving zover gaat dat wetenschappelijke feiten als ‘ook maar een mening’ worden gezien en de politiek zich daarom niet op objectieve feiten hoeft te baseren, bepaalde vormen van wetenschap niet meer wil financieren of universiteiten rücksichtslos sluit, wordt met het badwater van de kritiek de hele wetenschappelijke onderneming weggegooid.

Mijn besluit stond vast. De afkalvende waardering voor de wetenschap schreeuwde om een tegengeluid. De plicht riep en ik zou de volgende dag ondanks alle vermoeidheid mijn stem laten horen op het Museumplein.

Helaas was ik de volgende dag toch nog zo moe dat de waarheid me even gestolen kon worden.Of hield ik me voor de gek, omdat ik er filosofisch niet uitkwam. En was mijn vermoeidheid een constructie?

Hollandse Hoogte. Een March for Science in Nederland