Goede zorg en vrije keuze gaan hand in hand

9 maart 2017

Goede zorg en vrije keuze gaan hand in hand

Door webredactie

Goede ouderenzorg is een belangrijk thema tijdens deze verkiezingscampagne. Terecht. Vanuit de praktijk zien we dagelijks hoe goede zorg door verschraling van financiële middelen onder druk staat.

Door Boris van der Ham, voorzitter Humanistisch Verbond, en Joachim Duyndam, voorzitter onderzoeksgroep goed ouder worden, Universiteit voor Humanistiek

Vanuit de samenleving zijn er verschillende initiatieven genomen om dit aan de kaak te stellen. Een daarvan is het zogeheten Zilveren Pact, gestart door de ChristenUnie, ouderenbond KBO-PCOB en omroep Max. Daarin wordt onder meer aandacht gevraagd voor huishoudelijke hulp, en ondersteuning van mantelzorg en vrijwilligerswerk. Het zijn vrijwel allemaal behartigenswaardige punten, die ook door andere partijen en organisaties - waaronder ook een aantal humanistische - zijn ondersteund.

Toch is er meer nodig. Het Humanistisch Verbond neemt daarom samen met een aantal humanistische geestelijk begeleiders, mensen die werkzaam zijn in verzorgingshuizen van Humanitas en de onderzoeksgroep 'goed ouder worden' van de Universiteit voor Humanistiek, het initiatief tot een Gouden Pact, dat we vandaag ook online lanceren.

Om te beginnen is het volgende nodig: zolang we ouderen vooral willen 'redden', blijven ze buitenspel staan. Ouderen worden dan allereerst als slachtoffers gezien, en niet als gesprekspartners. Dat zien we ook in discussies over een waardig levenseinde. Te vaak wordt er een tegenstelling gesuggereerd tussen waardige zorg en de wens om bij 'voltooid leven' over het eigen levenseinde te mogen beschikken. Het Zilveren Pact doorbreekt die tegenstelling niet en wijst zelfs stervensbegeleiders af door er levensbegeleiders tegenover te zetten. Maar waarom zou het een het ander uitsluiten? Wij vinden dat aandacht voor goede zorg en de vrije keuze van iemand om te sterven, niet tegen elkaar moeten worden uitgespeeld.

Grote verlegenheid

Als we inzoomen op de ouderenzorg zelf, dan merken wij in de praktijk dat de noodzaak voor goede 'immateriële' zorg misschien wel het meest urgent is. Als iemand iets mankeert, worden met gemak beproefde protocollen uitgerold, maar als iemand met levensvragen of eenzaamheid worstelt dan is er vaak een grote verlegenheid. Ook vrijwilligers en mantelzorgers kunnen daar niet altijd mee uit de voeten.

Er zal dus flink geïnvesteerd moeten worden in maatschappelijke werk en geestelijk begeleiders, die binnen de zorg een vrijplaats kunnen innemen. Geen hulp die in het model van vraaggerichte zorg eerst geïndiceerd hoeft te worden, maar die in zorginstellingen gewoon rondloopt. Mensen bij wie je zonder drempel je vragen kunt delen, die altijd een luisterend oor paraat hebben en kunnen helpen een eigen antwoord te vinden op de situatie.

Dit soort zorg moet niet alleen in zorginstellingen, maar ook in wijken een grote rol spelen. Eenzaamheid is vooral een probleem voor zelfstandig wonende ouderen en de huidige organisatie van de zorg schiet hier schrijnend te kort.

Betrokkenheid

Juist bij deze moeilijk te benaderen categorie ouderen kunnen niet-medische zorgverleners een belangrijke rol spelen om sociale betrokkenheid en welwillendheid in straten en buurten te mobiliseren en te organiseren. Bovendien kunnen zij nabij zijn in het geval van toenemende kwetsbaarheid en ziekte.

Zowel bij verzorgingshuizen als daarbuiten is het cruciaal dat er een omslag in denken komt bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Willen we af van de onmenselijke overload aan protocollen, normen en documentatie-plichten, dan moeten we in de zorg meer eigen keuzes en risico's durven toelaten. Ouderen moeten daarin zelf leidend zijn, ook als daar fysieke risico's aan kleven.

Daarnaast willen mensen een eigen huiselijke ruimte, waar ze ook rommel mogen maken of met een ander intiem kunnen worden, ook al voldoet dit niet aan de uniforme toezicht- en efficiëntie-normen.

Belangrijk is hoe in de toekomst naar het personeel in de zorg wordt gekeken. De tendens bij de inspectie is om van al het personeel minimaal een mbo- of hbo-diploma te eisen. Maar de praktijk laat zien dat juist een mix van personeel goed werkt. Als mensen aantoonbare vaardigheden hebben om (niet-medisch) met ouderen om te gaan, moeten ze niet geweerd worden. Op korte termijn kan hier veel worden gewonnen, want het gaat vaak om begeleiding bij kleine, alledaagse dingen met grote betekenis zoals samen tafeldekken, groente verbouwen, kunst en creativiteit, of een wandeling maken.

Jongvolwassenen

Tenslotte bepleiten we dat het tijdens deze verkiezingscampagne niet alleen over de ouderen moet gaan. De 'zilveren' ouderen zijn een grote electorale groep, die zich de afgelopen jaren goed hebben kunnen organiseren. Dat is grote winst, maar dat mag geen reden zijn minder naar andere groepen om te zien, die veel minder georganiseerd hun stem laten horen. Naast ouderen kampen ook steeds meer jongvolwassenen met eenzaamheid. Mensen met een handicap , chronische ziekte, verslaving of levend in armoede worden ook te weinig gehoord. Ook daar zijn erkenning, aandacht en waardige zorg bittere noodzaak.

Ouder word je bovendien al vanaf het moment dat je wordt geboren. Zolang het ons niet lukt om dat proces een vanzelfsprekende plek te geven in onze samenleving, lopen we steeds achter de feiten aan. Een inclusieve samenleving behelst méér maatschappelijk debat over de waarde van generaties op de werkvloer, over een flexibele AOW, een leven lang leren en van betekenis zijn voor elkaar.

Het is mooi dat steeds meer maatschappelijke organisaties en politieke partijen de zorg hebben omarmd. Wij doen daar vanuit onze praktijk graag aan mee. Bovenstaande aanvullingen kunnen van het Zilveren Pact, een heus 'Gouden Pact' maken.

Lees hier het Pleidooi voor een Gouden pact en kijk op goudenpact.nl

Dit opiniestuk verscheen 8 maart in Dagblad Trouw.