Kwetsbaarheid ouderen maakt ons handelingsverlegen

8 december 2016

Kwetsbaarheid ouderen maakt ons handelingsverlegen

Door webredactie

Plascontracten en registratiedwang, maar echte aandacht? Lastig. "We moeten méér oog krijgen voor de sociale kwetsbaarheid van ouderen," vindt Anja Machielse. Met haar oratie aanvaardde zij onlangs het ambt van hoogleraar Empowerment van kwetsbare ouderen aan de Universiteit voor Humanistiek.

Door Bas Nabers

De roep om verbeteringen in de ouderenzorg groeit. Een nieuw IGZ-rapport,  verguisde plascontracten en het manifest van Hugo Borst deden de laatste maanden veel stof opwaaien. Ondertussen blijft Anja Machielse waarschuwen voor een medicalisering van de ouderdom.

“In inspectierapporten en huidig beleid wordt kwetsbaarheid nog steeds vaak begrepen als beperkt lichamelijk of psychisch functioneren,” zegt Machielse.
“Die kwetsbaarheid is er natuurlijk ook, maar de eenzijdigheid voedt een verkeerde beeldvorming rond ouderdom en staat waardige ouderenzorg in de weg. We moeten méér oog krijgen voor de sociale kwetsbaarheid van ouderen. In de laatste levensfase krijgen mensen meer behoefte aan diepgaande relaties, zodat zij hun levensvragen kunnen delen. Tegelijk valt het eigen sociale netwerk weg.” Dat los je niet op met meer praktische ondersteuning, waar volgens Machielse vaak de nadruk op wordt gelegd. “In de laatste levensfase gaat het erom de ervaring van zinvolheid te behouden ondanks toenemende beperkingen, vergankelijkheid en verlieservaringen. Maar met hun levensvragen staan mensen vaak alleen.”

Mensen en levensvragen centraal

Het is volgens Machielse cruciaal om daar ook in de professionele (zorg)context aandacht voor te hebben. Ondanks lopende plannen van staatssecretaris Martin van Rijn gebeurt dit volgens Machielse nog onvoldoende.

“In een lopend promotieonderzoek aan de Universiteit voor Humanistiek komt naar voren dat verzorgenden merken dat ouderen vooral behoefte hebben aan een gesprek over levensvragen. Maar diezelfde verzorgenden zeggen: wij zijn daar niet zo goed toe in staat en willen graag weten hoe we hier beter op kunnen inspelen. Hier kunnen geestelijk verzorgers een belangrijke, begeleidende rol spelen. Zij hebben eerder oog voor de ervaren dilemma’s die achter heel alledaagse vragen schuil kunnen gaan, zoals: “moet ik de kinderen wel lastig vallen met mijn zorgen?” Of: “wat gebeurt er met de poes als ik er niet meer ben?” Voor dat soort vragen moet aandacht zijn. Het gaat erom dat we mensen méér kansen te geven hun eigen situatie te verstaan en aanvaarden.”

Handelingsverlegen

Volgens Machielse moeten we niet alleen in de zorg, maar ook als samenleving meer oog krijgen voor kwetsbare ouderen en hun situatie. “Ouderen hebben vaak minder mogelijkheden om aansluiting te vinden bij de samenleving en daardoor ontstaan gevoelens van eenzaamheid of zelfs van overbodigheid. Dáár moet iets aan gebeuren, vind ik. Uiteraard willen we geen nieuwe sociale controle, maar we moeten wel meer naar elkaar leren omzien.” Dat is makkelijker gezegd dan gedaan, geeft Machielse toe. Volgens haar zijn we vaak handelingsverlegen. “We hebben afgeleerd om ons met elkaar te bemoeien. Als we signaleren dat iemand eenzaam is weten we vaak niet wat we moeten doen. Of we vragen ons af of de eenzaamheid van de ander door het aangaan van contact ook ons eigen probleem wordt .”

Lief en Leed straten

Wat doe je daar dan aan? Waar vinden we de ruimte om op een meer vanzelfsprekende manier met elkaar in contact te blijven? Moeten we die ruimtes zelf creëren? Bijvoorbeeld door zorghuis en kinderopvang in een en hetzelfde gebouw een plek te geven? “Het is goed om met dat soort dingen te experimenteren,” vindt Machielse. “Je kunt ook denken aan dagelijkse contacten in de woonomgeving, zoals de 500 Lief en Leed straten in Rotterdam, straten waarin bewoners bewust proberen om iets voor elkaar te betekenen. Ze krijgen daar een klein budget voor en dat maakt het makkelijker om even een bloemetje bij iemand te brengen wanneer die net is teruggekomen uit het ziekenhuis. Het gaat vaak om heel simpele dingen. We staan er onvoldoende bij stil dat een groet al een verschil kan maken. Mensen willen gezien worden, het gevoel hebben erbij te horen.”

Wat wél mogelijk is

Dit soort experimenten biedt volgens Machielse ook jongere generaties voordelen. Een daarvan is zij hun angst voor de ouderdom een beetje kwijtraken. “Stel dat je inderdaad een kindercrèche en een zorghuis in hetzelfde gebouw opent, dan leren kinderen heel ontspannen omgaan met ouderen, als die bijvoorbeeld eens naar hun spel komen kijken. Op latere leeftijd verleren we dat vaak weer. Door alledaags contact halen we de ouderdom uit het verdomhoekje en leren we zien wat er in de laatste levensfase nog wél mogelijk is. Daar is iedereen bij gebaat.” Lees meer over leven en werk op het blog van Anja Machielse

Humanisering van de ouderenzorg

Wat is goede (ouderen)zorg?  Hoe creëer je binnen de ouderenzorg ruimte voor zingevingsvragen? Wat betekent 'de mens centraal' binnen de ouderenzorg? In Platform van de Ouderenzorg delen onderzoekers van de Universiteit voor Humanistiek hun kennis en expertise over de ouderenzorg met professionals en vrijwilligers. Het platform wordt geleid door prof. dr. Anne Goossensen, hoogleraar zorgethische aspecten van informele zorg, en prof. dr. Anja Machielse, bijzonder hoogleraar Empowerment van Kwetsbare Ouderen.

Het platform organiseert tweemaandelijkse verdiepingsbijeenkomsten voor professionals en vrijwilligers die werkzaam zijn in de ouderenzorg. Op 12 januari is er weer een bijeenkomst. 

Creative Commons, Jonas Boni, Flickr.