Maak levensvragen onderdeel van ouderenzorg

4 december 2015

Maak levensvragen onderdeel van ouderenzorg

Door webredactie

Het wordt tijd dat aandacht voor levensvragen net zo vanzelfsprekend wordt als medische zorg. "Over de beschikbaarheid hiervan moeten net zulke harde afspraken worden gemaakt als voor andere wezenlijke elementen van de gezondheidszorg", stelt voorzitter Boris van der Ham in een opiniestuk vandaag in dagblad Trouw. Aandacht voor levensvragen heeft een positieve invloed op het welbevinden van ouderen.

De tekst in Trouw

In de laatste jaren van het leven worden mensen geconfronteerd met toenemende afhankelijkheid en verlies van regie over het leven. Mensen kunnen bovendien worstelen met reflecties op het geleefde leven en opzien tegen de naderende dood. Ook eenzaamheid is een groeiend probleem onder ouderen: van de 2,9 miljoen 65-plussers voelt 900.000 mensen zich eenzaam tot extreem eenzaam. Dit kan verschillende oorzaken hebben: van het wegvallen van de echtgenoot, het ontbreken van familie tot aan existentieel vragen.
Hoewel levensvragen een enorm effect hebben op het welbevinden van mensen, is het geen medische indicatie. Een van de manieren om hier toch recht aan te doen is het bieden van geestelijke verzorging voor ouderen. 

Bezuinigingen

In Nederland was het lange tijd geregeld dat in zorginstellingen hiertoe begeleiding beschikbaar was. Eerst was dit vooral het domein van pastoors en dominees, maar de afgelopen decennia zijn daar meerdere denominaties bijgekomen. Een groot gedeelte van de geestelijke begeleiders bestaat tegenwoordig ook uit seculiere, humanistische begeleiders.
Helaas wordt door bezuinigingen in de zorg steeds minder aandacht gegeven aan dit aspect van de zorg. In veel verzorgings- en verpleeghuizen is vooral oog voor lichamelijke, medische zorg. Die is goed zichtbaar en meetbaar. Het levensbeschouwelijke deel wordt daar steeds vaker volledig van losgezien. Die zorg bestaat immers niet uit nauw omschreven ‘antwoorden’, maar bestaat vooral uit  de tijd nemen voor iemands gedachten, luisteren, praten.

Vertrouwensband

Uit een onderzoek van het Humanistisch Verbond onder begeleiders in de ouderenzorg blijkt dat de helft van de respondenten door bezuinigingen fors minder contacturen heeft. Daardoor zijn ze minder zichtbaar en aanwezig. En juist die aanwezigheid is nodig om een vertrouwensband op te bouwen met mensen. Een levensvraag ligt immers niet zo maar op tafel, maar kan wel zorgen voor onrust, ongemak, verdriet en pijn.  

Eigen verantwoordelijkheid

Staatssecretaris Van Rijn vindt het opvangen van deze vraag de eigen verantwoordelijkheid van de zorginstelling, de zorgverzekeraar en de zorgvrager. En inderdaad, er is nog steeds een aantal dappere zorginstellingen waar het management kiest voor een uitbreiding van uren hiervoor. Heel goed, maar het laat zien dat budget voor dit soort zorg uiterst kwetsbaar is: het is afhankelijk van een vaak persoonlijke visie van het management op wat goede zorg vermag.

Een ander punt is dat bezuinigingen ertoe leiden dat ouderen steeds langer thuis blijven wonen, die voorheen in verzorgingshuizen terecht konden. Daardoor zijn deze mensen verstoken van zelfs de schaarse begeleiding die daar nog is. Staatssecretaris Van Rijn vindt dat het aan de ouderen zelf is om die zorg te vragen en dat huisartsen en verpleegkundigen dit ook kunnen doen. Hiermee gaat hij voorbij aan de complexiteit van dit onderwerp: mensen vragen immers niet via een klinische doorverwijzing om een gesprek over bijvoorbeeld hun gevoelde eenzaamheid. Op dit vlak moet niet de zorgvraag leidend zijn, maar actief zorg worden aangeboden. Het gevolg van de redenering van de Staatssecretaris is echter dat deze ouderen steeds onzichtbaarder worden.

Schrijnender

Nog schrijnender is dat de staatssecretaris deze week in antwoord op Kamervragen stelde dat zelfs begeleiding in de palliatieve zorg - wanneer ouderen zich in de stervensfase bevinden - geen aparte aandacht of financiering behoeft. Hier wordt opnieuw kil doorverwezen naar zorgverzekeraars, gemeenten en naar de verantwoordelijkheid van de oudere zelf.
Het wordt tijd dat aandacht voor levensvragen net zo vanzelfsprekend wordt als medische zorg. Hierover moeten net zulke harde afspraken worden gemaakt als voor andere wezenlijke elementen van de gezondheidszorg. Hiervoor is inzicht nodig, heldere definities, en de bereidheid deze zorg desnoods specifiek te financieren.  

Boris van der Ham, 4 december