'Mijn leven lang gestigmatiseerd'

22 november 2012

'Mijn leven lang gestigmatiseerd'

Door Redactie

‘Anders’, koos Humanistisch Verbond-lid Wessel bij de opties man/vrouw/anders. Wessel (59) is lid van het HV-ledenpanel en deed mee aan het ledenonderzoek over stigmatiseren. Een meisjesachtige jongen was hij altijd, daarom is hij zijn hele leven gestigmatiseerd. "Ik heb liefdevolle ouders gehad, maar ze begrepen me niet."

"Onder stigmatisering versta ik, dat je meteen een etiket hebt en dat is mijn hele leven zo gegaan,” vertelt Wessel openhartig. “En dat kan ook positief zijn. Je kunt een ‘hotspot’ zijn, ik bedoel dat sommige mensen het leuk vinden een homo in hun vriendenkring te hebben. Maar ze waarderen je dan niet om wat je als mens bent, maar omdat je homo bent. Het kan leuk zijn, maar eigenlijk is het stigmatiserend en dat is heel benauwend."

Eenzaam

Als kind is hij altijd heel eenzaam geweest. Tussen zijn vijf broers en twee zussen was hij eigenlijk een soort meisje. "Ik kom uit een te druk en arm gezin. Er was geen ruimte om je terug te trekken en in jezelf te keren. Mijn ouders waren liefdevol, maar ze begrepen me niet."

Na een aantal verhuizingen streken hij en zijn man neer in Oost-Groningen. Waar hij zijn felbegeerde rust heeft gevonden. Het is er ‘kaal’ en er heerst een mooie ‘verstilling’. “De mannen hier hebben houthakkershemden, jeans en sneakers aan,” zegt hij. “Ik heb dat niet, ik hou ervan om er bijzonder uit te zien. Als kind had ik dat al. Ik kon zielsgelukkig zijn als er een gouddraadje door mijn vest heen was geweven.”

Toch vindt Wessel ook dat hij geluk heeft gehad. "Ik heb twintig jaar gewerkt voor Benno Premsela, (1920 - 1997) een beroemde vormgever en binnenhuisarchitect en  centrale figuur in de naoorlogse Nederlandse kunstwereld. Als voorzitter van het COC was hij voorvechter van de homo-emancipatie. “Zijn twee vragen waren: kun je tikken en heb je een relatie met een man? Hij was ook iemand waar mensen gauw iets over zeggen.”

Aanstoten

"Het belachelijke is dat het gevoel van onzekerheid, zenuwachtigheid als ik naar een supermarkt moest of op een terras zat nooit is weggegaan. Nog steeds zie ik het als mensen elkaar aanstoten. Mijn man zegt dan, ‘laat toch’ en ‘trek het je niet aan’. Nu is dat allemaal wat minder. Ik ben zelf wat gemakkelijker geworden, ouder, wat minder mooi en heb er wat minder last van", vertelt Wessel.

"Ik zal nooit vergeten dat ik eens aangesproken werd door een orgelman. Ik had lang blond haar in die tijd en ik liep langs hem heen. ‘Dan ben je zo mooi,’ zei hij, ‘en dan kijk je zo kwaad.’ En dat klopte ook, ik keek nors, onbenaderbaar, dan kon ik niet gekwetst worden."