Wees niet bang: De gebroeders Koerbagh

9 februari 2017

Wees niet bang: De gebroeders Koerbagh

Door webredactie

Was het devies van Spinoza ‘caute’: wees voorzichtig, het levensmotto van Adriaan Koerbagh luidde eerder ‘wees niet bang’. Nelleke Noordervliet is enthousiast over de ‘ketterse’ moed van de zeventiende-eeuwse broers Koerbagh. Deel één in een serie van zeven bijdragen uit het boek Vrijdenken en humanisme in Nederland: 40 plekken van herinnering.

Door Nelleke Noordervliet

Op 15 oktober 1669 verzamelde zich in en rond deze toen nog nette straat een menigte. Uit het huis aan de Oude Nieuwstraat 6 werd de kist gedragen met het lichaam van Adriaan Koerbagh. Nummer 6 is een rechttoe rechtaan zeventiende-eeuws huis, zonder de opsmuk van de rijke grachtenpanden. Het staat rug-aan-rug met een huis aan het Singel, dat eveneens aan de familie toebehoorde. De nieuwsgierigen waren deels bekenden en aanhangers van Koerbagh, deels op sensatie beluste individuen, die zich niet graag een mooie uitvaart door de neus lieten boren. Maar daarnaast waren er ook velen bij die met luid boegeroep hun afkeuring van deze godloochenaar die zijn verdiende loon had gekregen, kenbaar wilden maken. Het was een gemengd en opgewonden gezelschap. Een zucht en een kreet gingen door de menigte toen plotseling een zwarte vogel — was het een kip, een haan, een kraai? — op de kist landde en met geen gewapper van hoeden of gemaai van armen ertoe was te bewegen op te fladderen. Hij zat er en bleef er zitten. ‘De zwarte ziel van Adriaan,’ ging het gerucht, ‘de zwarte ziel van Adriaan’, ‘de duivel komt hem halen’.

Gewone mensen

Adriaan Koerbagh was een bewonderaar van Spinoza maar had een eigen missie in het leven: juist de verbinding leggen tussen gewone mensen en de vrijheid van denken. Het licht van de rede en de vrijheid mocht niet alleen voorbehouden zijn aan mannen met een diploma. De gemiddelde Amsterdammer, de gewone man, werd geregeerd en gekoeioneerd door een elite op ieder gebied, die hun gebrek aan ware kennis en aan mededogen maskeerden in een vloed van versluierend jargon waarmee ze het volk misleidden, een complot tussen kerk en kapitaal dat in de negentiende eeuw werd omschreven met: Hou jij ze dom dan hou ik ze arm. Advocaten, artsen en theologen spraken en schreven in onbegrijpelijke quasi geleerde taal.

Roekeloosheid

Dat bracht Adriaan tot het schrijven van Een Bloemhof van allerley lieflykheyd sonder verdriet geplant door Vreederijk Waarmond, ondersoeker der waerheyd. Tot nut en dienst van al die geen die der nut en dienst uyt trekken wil. Het is een woordenboek, waarin hij bepaalde termen en moeilijke woorden uitlegt. Cruciaal in het boek is het ontregelende, rationele denken, essentieel is de aanval op dogma’s. De Heilige Drie-eenheid, de ‘feiten’ die in de Bijbel als vaststaand worden vermeld, het bestaan van het hiernamaals in de vorm van hemel en hel, van demonen en ander tuig onderwerpt hij aan de tucht der rede en komt tot voor die tijd ketterse conclusies. Het bestaan van God werd in twijfel getrokken. Dat hij onder pseudoniem publiceerde, toont aan dat hij ook zelf wel wist dat hij explosief materiaal leverde, waar schout en schepenen raad mee wisten, maar toch kon en mocht hij het niet laten. Dat tekent de moed van de man, die bijna aan roekeloosheid grenst. Was het devies van Spinoza ‘caute’, dat wil zeggen: wees voorzichtig, het levensmotto van Adriaan Koerbagh luidde eerder ‘wees niet bang’.

Redactie: Dit is een samenvatting van de bijdrage De Gebroeders Koerbagh 1669: moedige nieuwlichters (p.47)
Meer over deze en andere humanistische denkers en doeners vind je in de Humanistische Canon.

Korting

Leden van het Humanistisch Verbond ontvangen het boek met korting en betalen € 15 (exclusief € 1,95 verzendkosten)
in plaats van € 19,90.
Stuur een mail naar info@humanistischverbond.nl o.v.v. naam en adres en je krijgt het boek thuisgestuurd