Wie was Jaap van Praag?

Jaap van Praag (1911-1981) was een van de oprichters van het Humanistisch Verbond. Voor velen was hij in die tijd het gezicht, de stem en de pen van het Nederlandse humanisme. In 1969, bij zijn vertrek als voorzitter van het Humanistisch Verbond, werd de Van Praag-prijs ingesteld.

Jaap van Praag werd geboren op 11 mei 1911 in Amsterdam en groeide daar op in een modern niet-godsdienstig joods en socialistisch milieu. Hij studeerde Nederlandse letteren en wijsbegeerte en werd in 1938 leraar bij het Gemeentelijk Lyceum in Dordrecht. Hij was actief, onder andere als voorzitter, in een aantal vooroorlogse jeugdbewegingen zoals de Nederlandse Bond van Abstinent Studerenden, de Studenten Vredes Actie en de Jongeren Vredes Actie.

Van Praag schreef zijn boek 'Modern humanisme: een Renaissance' tijdens een onderduikperiode in de Tweede Wereldoorlog. Het baanbrekende werk werd in 1947 gepubliceerd. Van Praag was ervan overtuigd dat fascisme en racisme pas geen kans meer zouden krijgen wanneer voldoende mensen een levensovertuiging hadden die geestelijk doordacht en zedelijk verantwoord was.

Vanuit het idee humanisten te verenigen ontstond in februari 1946 het Humanistisch Verbond. Van Praag vervulde 22 jaar de rol van voorzitter. Hij maakte zich steeds sterk voor levensbeschouwelijke en politieke pluriformiteit binnen het Verbond. In 1952 verenigde Van Praag daarnaast diverse internationale humanistische organisaties in de International Humanist and Ethical Union (IHEU). Hij bleef hiervan voorzitter tot 1975.

Van Praag opperde het woord "humanistiek" en werd in 1964 aan de Universiteit van Leiden de eerste hoogleraar op dit nieuwe vakgebied.

Het denken van Van Praag

Van Praag was niet alleen een effici├źnt organisator maar ook een genuanceerd denker. Het kenmerkende van de humanistische levensbeschouwing van Van Praag is de afwezigheid van een transcendent interpretatiekader: de wereld heeft geen doel of richting, het zijn de mensen zelf die zin en richting aan de wereld geven.

De mens is volgens de postulaten van Van Praag: natuurlijk (in plaats van bovennatuurlijk), verbonden (in plaats van geïsoleerd), gelijk (in plaats van ongelijk), vrij (in plaats van onvrij), redelijk (in plaats van onredelijk). In het wereldbeeld van Van Praag is de wereld: ervaarbaar (in plaats van gedacht), bestaand (in plaats van een verschijning), volledig (in plaats van onvolledig of verwijzend naar iets anders), toevallig (in plaats van bedoeld) en dynamisch (in plaats van onveranderlijk).

Van Praags denken, en zijn bijbehorende "strijd", waren het gevolg van de toenmalige toestand in de samenleving. De kleine strijd richt zich tegen het overheersende christendom en iedere vorm van religieuze dogmatiek. De grote strijd keert zich tegen iedere vorm van nihilisme, om zodoende de geestelijke weerbaarheid van humanisten en niet-humanisten te vergroten.

Zijn levensovertuiging lijkt gevoed te worden door een voortdurend besef van het kwaad dat mensen elkaar kunnen aandoen. Tegelijk sprak hij over vertrouwen en een nieuwe toekomst. Misschien wel het meest intrigerende van Van Praags denken is zijn geloof in de vorming tot menselijkheid. Dit positieve ideaal wordt niet waargemaakt vanuit het idee van eeuwige morele wetten maar ook niet op basis van pure en grenzeloze vrijheid. Het gaat om de begeleiding tot autonomie: de vrijheid om eigen kaders en perspectieven te ontwikkelen.