HVO opent het gesprek tussen jong en oud

28 mei 2018

HVO opent het gesprek tussen jong en oud

Door Stefanie Staelens

Oude mensen zijn megasaai, en kinderen, tja, die leven alleen nog in de digitale wereld. Voorbeelden van vooroordelen die jongeren en ouderen over en weer hebben in onze moderne samenleving. Docenten van het Humanistisch Vormingsonderwijs (HVO) brengen er op de basisschool verandering in.

Een nieuw project Jong ontmoet Oud brengt basisscholieren en ouderen bij elkaar. De onzichtbare muur tussen jong en oud valt voor even weg, en er ontstaat ruimte voor herkenning. In dit project koppelen zij hun leerlingen aan ouderen. De kids gaan bij de ouwelui langs voor een drankje of een potje pesten, en om elkaar rake vragen te stellen over het leven en de dood. Maar ook over voetbal of wie van beide het meeste kattenkwaad uitspookt. De onzichtbare muur tussen jong en oud brokkelt af, en dat levert een hoop intieme, ontroerende en waardevolle gesprekken op.

Levenskunde

Het project wordt uitgevoerd in het Humanistisch Vormingsonderwijs, maar is een initiatief Van Betekenis tot het Einde, een coalitie van verschillende organisaties die ervoor ijvert dat mensen meer aandacht en ruimte geven aan de laatste fase van hun leven. Met name door met elkaar in gesprek te gaan over onderwerpen als waardig oud worden, stervensbegeleiding, ziekte en herinneringen aan je leven.

Dat terugblikken op het leven en vooruitblikken op de eindigheid sluiten mooi aan bij het HVO, een keuzevak dat op ongeveer een derde van de basisscholen wordt aangeboden. HVO-docent Twanneke Dijkstra (46), die hielp bij het uitwerken van het project, legt uit wat het precies inhoudt: “Ik omschrijf ons vak het liefst als levenskunde. Het gaat onder andere om levensvragen, een moreel kompas ontwikkelen, uitzoeken wat je belangrijk vindt in het leven, eigen gedachten en ideeën vormen, en hoe om te gaan met je emoties en met anderen.”

Vrijplaats

De nadruk in het basisonderwijs ligt vooral op kennis en resultaten, daardoor schuift vorming jammer genoeg vaak naar de achtergrond. Maar het is wel essentieel in de ontwikkeling van het kind. “Het vak is neutraal terrein”, vertelt Dijkstra. “Een vrijplaats waar alle meningen en overtuigingen van leerlingen er mogen zijn zonder dat ze daarvoor veroordeeld of erop beoordeeld worden.”
In zo’n HVO-les komen leerlingen in contact met mensen die ze niet zo snel in het dagelijks leven tegenkomen. Een Jehova’s Getuige bijvoorbeeld, of een gevangene, iemand met heel veel tattoos en piercings, iemand met een andere seksuele geaardheid, een minder valide mens of, zoals in dit project: oudere mensen.

“Zulke ervaringsprojecten maken de thema’s die we onderzoeken veel krachtiger, tastbaarder en zichtbaarder dan een stellingen- of rollenspel”, licht de docente toe. “Doordat kinderen in dialoog gaan met ‘de ander’ en op veilig terrein vragen kunnen stellen, worden vooroordelen weggenomen en verschillen overbrugd.”

Dijksta schreef graag mee aan dit project. Zij zette eerder zelf ontmoetingen op tussen haar leerlingen en ouderen die in een woonzorgcentrum wonen. “HVO-leerkrachten maken heel vaak hun lessen zelf, dus dat er nu een mooi uitgewerkt project bestaat dat gebaseerd is op beproefde ervaringen, is erg fijn.” Ook HVO-docent Jade de Block (59) bracht haar leerlingen jaren geleden al samen met de ouderen die in de serviceflat naast haar school wonen, en gebruikte dit jaar voor het eerst het kant-en-klaar project.

Het gaat als volgt: leerlingen schrijven eerst brieven naar de ouderen, in hun eentje of in groepjes. Daar bedenken ze vragen voor. Jade: “In mijn klas waren dat vragen zoals: Wat doe je eigenlijk een hele dag als je oud bent? Sport je nog wel? Heb je de oorlog meegemaakt?” 

Voetbal

Daarna gaan de kinderen minimaal twee keer op bezoek bij hun maatje. Tijdens de eerste ontmoeting wordt een vertrouwensband opgebouwd door spelletjes te spelen. “Het is erg mooi om te zien hoe niks de ouderen te gek was. Ze speelden een potje pesten of hadden een post-it op hun voorhoofd geplakt voor een spelletje ‘Wie ben ik?’,’ vertelt Twanneke. Zij liet jong en oud ook elk een voorwerp meebrengen wat dierbaar voor ze was. “Eén jongetje had een foto mee van zijn favoriete voetbalelftal. De oude man was ook gek op voetbal en in hun gesprek kwam uit dat hij vroeger gevoetbald had met de opa van het jongetje. Hij had zelfs een foto van het team toen ze nog jong waren. Dat verhaal kreeg een mooi vervolg: die oudere man is daarna een paar keer naar de jongens voetbalwedstrijden komen kijken.”

Tijdens de tweede ontmoeting wordt een spel gespeeld met zowel luchtige als verdiepende vragen.”Daarin zitten originele vragen”, vertelt De Block. “Bijvoorbeeld: haalde je vroeger veel kattenkwaad uit? Twee deugnieten uit mijn klas belandden bij een hele grappige meneer die allerlei kattenkwaad uithaalde in zijn jeugd. Nou, je zag hun oogjes glimmen! Belletje trekken is een klassieker, maar een kind associeërt dat niet snel met een ouder iemand.”

Herkenning

Die herkenning vindt De Block het allermooiste aan dit project. Dat het verschil van jong en oud even wegvalt, de overeenkomsten groter worden dan de verschillen en ze elkaar niet meer zien als een ‘ander’. 

Uit klasgesprekken achteraf bleek dat kinderen erg onder de indruk waren van de ontmoetingen. “Een radio is voor hen helemaal niet belangrijk, maar voor ouderen was het hét communicatiemiddel in de oorlog”, vertelt Dijkstra. “En veel ouderen leefden in een groot gezin, waar ze weinig speelgoed en aandacht kregen.De kinderen konden zich dat haast niet voorstellen.”

Dood en leven

Ook praten over sterfelijkheid en de dood leverde intieme gesprekken op. “Veel ouderen hebben hun partner verloren en konden, naast reflecteren op leven na de dood of hoe ze liefst willen dat een uitvaart eruit ziet, de kinderen laten zien dat je ondanks verlies toch nog heel opgewekt in het leven kunt staan.”

Praatstoel

Naast verdiepend voor de leerlingen, bewijzen deze ontmoetingen ook een uitstekende vorm van persoonlijke zorg voor ouderen te zijn. De Block: “Ouderen krijgen vaak niet veel bezoek en de mensen die komen, kennen hun verhalen ondertussen wel. Ze vinden deze aandacht verschrikkelijk fijn. Ouderen leefden op; sommigen gingen op de praatstoel zitten en hielden niet op met vertellen over reizen, hun jeugd, liefde, oorlog - alles wat je je kunt inbeelden.”

Dijkstra vult aan: “Ook gesprekken over wat ze zouden willen of wat ze in hun leven hadden willen doen, zorgden voor intieme momenten. Een van de meisjes in mijn klas wil graag nog beter leren zingen en heeft toen zo ontroerend mooi gezongen dat de toehoorders - oud en jong - tranen in de ogen kregen.”

Dit soort projecten geven voldoening aan alle deelnemers. Ouderen en jongeren die nu veel meer dan vroeger gescheiden van elkaar leven, krijgen een context voorgeschoteld waarin ze écht met elkaar praten en elkaar écht kunnen zien, los van vooroordelen.

“Ik hoop dat kinderen ervan leren dat als je iets van iemand wil weten, je dat gewoon kunt vragen”, sluit Dijkstra af.

HVO-docent en enthousiast geworden van dit project? Neem dan contact op met Jahmilla Frank van het Humanistisch Verbond voor meer informatie via J.Frank@humanistischverbond.nl

Beeld: Hollandse Hoogte.